Comer
eten
Yocomoik eet
Túcomesjij eet
Él / ella / ustedcomehij / zij / u eet
Nosotroscomemoswij eten
Vosotroscoméisjullie eten
Ellos / ellas / ustedescomenzij / jullie eten
VoorbeeldNosotros comemos en un restaurante.
Wij eten in een restaurant.

Werkwoord 1 van 5
Comer · eten
eten
Wij eten in een restaurant.